Verloren

Desondanks pak ik een boek. Geen echte roman – je weet maar nooit waarheen de schrijver je leidt en of je bij onraad op tijd kunt afhaken. Of dat het een prachtige roman is, en dat ik er onmogelijk mijn aandacht bij kan houden. Ik wil niet wezenloos op de bank zitten met een boek op schoot. Ik zoek iets dat vertrouwen wekt. Ik vind: ‘In zee gaat niets verloren’, van L.H. Wiener. Daar kan ik wel een wijntje bij drinken, dunkt me.

Nu ben ik geen lezer meer, al heb ik een boek in handen, ik ben aan de toog toevallig verzeild geraakt naast een schrijver. Dat helpt. “Kijk,” zegt de schrijver, “Ik heb dit boek geschreven. Op de Argos. Nee, het is Argos, niet Argo.” Hij legt het boek met een klap voor zijn glas. Heft het glas. Ruilt het weer om voor het boek. Heft het boek. Bladert. “En hier staat ‘Jammer dat Nescio niet dronk, want dan wordt alles nog mooier.’” Ja, de liefde maakt alles mooier, maar daar ga ik nu zeker niet aan denken. Ik sla gedisciplineerd de bladzijden om, steeds als ik de laatste zin gelezen heb. Slokje wijn en dóórlezen. Dit is een heel best boek. ‘Jammer dat het fictie is.’ – en dan weer omslaan.

Geef een reactie