Veldpost

November 2012 kreeg ik veldpost. Het was vrijdagmiddag. Daarover probeer ik nu te schrijven, maar mijn jongste dochter is het er niet mee eens. Ze leest me keihard voor over Boudicca, legeraanvoerder bij de Britten. Een soort Beyonce. Who run the world? Nog voordat ik die vrijdag mijn natte handschoenen uit had, zag ik de envelop liggen. Heel precies in het midden van de eettafel. Zwart-rode kalligrafie, ferme kapitalen, een brief die zonder omhaal afgeleverd had kunnen worden bij de tempel van Tianhou.

“Je hebt post,” zegt mijn man. “Rare post,” roept mijn jongste vanaf de bank. “Het is veldpost,” zeg ik. Meteen stuiven mijn dochters de eetkamer in. ‘Veldpost’ blijkt een toverwoord; iPhone en iPad blijven op de bank achter. De oudste, net 12 toen, vraagt: “Wat heeft dát te betekenen?” Ze grist de envelop van tafel, ik zie nog net dat er werkelijk ‘veldpost’ op staat. Mooi. De jongste (9) springt op mijn rug en smeekt me te vertellen van wie, van wie. “Veldpost komt van A.L. Snijders,” zeg ik, “Het is een brief.” Ze laat me los, kijkt me verward aan. Beduusd zegt ze: “Ik wist niet dat Snijders een Chinees was.”

Geef een reactie