Van de vlakte

Ik schreef over ‘boeken en moeken’, ‘tassen en massen’, ontdekt in de Turkse taal. Daarom mailt mijn zus me foto’s van twee passages uit Nachtverhaal. Een kinderboek. Ik heb het vast zelf ook gelezen. Ik lees nu, als nieuw:

Het was de stem van de Zwartgallige Zir.

Daar dwaal ik al af, ik denk: Ziggi. Black Star. Maar daar gaat het niet over.

En terwijl ik de kom met de waterlelie zo recht mogelijk vasthield om zo min mogelijk te morsen, bracht de weg me naar de bergen, over steen en been, langs ruis en bruis, hoger en hoger, over rotsen en botsen en klotsen en potsen tot de hoogste rots en daarbovenop stond een tovermanshuis met zijn spits in de wolken.

Zo. Paul Biegel op dreef in het Nederlands. Op de tweede foto staat:

En met een hard geschreeuwd ‘Braaaah!’ veegde hij de hele bruiloft van de vlakte, de dansende nimfen, najaden en geesten en beesten en heksen, de reuzen, de dwergen, ze vervaagden dansend en jansend, de muziek verzwakte en ten slotte stond ik daar nog alleen met de Zwartgallige Zir.

Ik zie ze feesten, alle Bowies en showies, hoe mooi ook dansend en jansend; kansloos. We zijn kansloos verloren op dit feest. Dapper schreeuwend en leeuwend, zoekend en woekend en vloekend dieper de donkere schaduwen in. Vanaf hier.

Geef een reactie