Thriller

In de boekwinkel is het stil, het is zomervakantie. Het regent. De mensen zijn in Frankrijk. “Ik zoek iets heel anders dan normaal,” zeg ik tegen meneer Jimmink. Hij weet dat ik normaal een bepaald slag zeer dunne boekjes lees. Hij duwt me een zwaar, zwart-wit blok in handen. Het is een boek. De slimste thriller in jaren, staat erop.

Er komt een vrouw binnen, verregend, ze lijkt op Harry Potter. Ik ken haar van groeten op straat. Nu zijn we ex-buren. Het is haar zo midden in de vakantie vast niet opgevallen dat ik niet meer naast haar woon. We groeten elkaar, alles bij het oude. Of zie ik haar dralen? “Even schuilen,” zegt ze. Dan vraag ik haar om advies. Ze heeft wel gehoord over het boek. “Lezen!”, zegt ze. Ik beken dat ik nog nooit een thriller heb gelezen. “Jawel,” ze knoopt nu een echt gesprek aan, “die verborgen geschiedenis van Donna Tartt, en Smilla’s sense of snow.” Ze gaat ervan uit dat we gelijken zijn; we staan in de boekwinkel, we lezen, in ieder geval het gebruikelijke. Haar stelligheid doet me goed. Ik weeg het boek in mijn hand. Mijn ex-buurvrouw spreekt me moed in: “Gewoon elke dag een stukje.”

Ik had over het boek willen schrijven (Ik ben Pelgrim, 23 x 16 x 6 cm) -bijvoorbeeld over een Turkse uitdrukking op bladzijde 455: een waterput graven met een naald– maar ik bleef lezen. De baksteen ging mee in mijn ondraaglijk lichte rugzakje, van logeeradres naar logeeradres, contragewicht voor de werkelijkheid.

Geef een reactie