Rijn

De branding ronkt en stoomt. We liggen uit de wind, tegen de rotswand aan. Er kan een rotsblok losbreken en op ons storten, dat is het gevaar. Verder is het veilig aan het eind van deze naamloze weg, op een strandje bij Porto de Mós. De laatste tsunami was in 1755. Ik sluit m’n ogen. Ik denk aan een uitzicht op de Rijn, een zicht op de andere oever. Vier koeien slenteren door de uiterwaard. Ik denk vaak in mijn leven aan dit uitzicht. Op gekke momenten. Eén van de koeien stapt het water in, behoedzaam, ze kijkt naar de overkant waar ik op het hotelterras sta. We kijken elkaar aan. Ik hou niet speciaal van koeien. Maar na die lange werkdag, één moment samen, oog in oog – zo wel. Hollands, dat is het. Ik kom uit een land waar elke koe een oormerk draagt, elk steegje een naam heeft, het land van de kaarsrechte Boekenweek en 15 procent natuur. Als je de mensen niet meerekent.

Ik herinner me ook de parkeerplaats van dat hotel. Toen ik er aankwam waren alle vakken bezet, op één na. Daar stond een bordje bij met ladies only. Ik reed nog een rondje – volg de pijlen – en draaide toen toch de lege plek in. Bij de receptioniste checkte ik wat de bedoeling was van ladies only. Wis en waarachtig: een speciale plek voor vrouwen, extra ruim en direct naast de entree. Gewoon, voor normale vrouwen.

Geef een reactie