Nis

Hier ligt begraven Lysbyet Connegracht. Naast haar grafsteen staat een design driezitter. De kerk heeft een nieuw hier en nu, geen hoekje bleef behouden. Droge witte wijn erbij. Kunst. Wat Lysbyet kende raakte ontheiligd. Ik bedenk dit: ‘en’, het morfeem, komt zo vaak voor dat ik er een nieuwe letter voor wil gebruiken. Een symbool voor ‘en’. Ik ben geïnspireerd door de bloembollen gedoopt in kaarsvet, bestrooid met glitters, bordeaux en zilverschitter, geplant op het altaartje in de volgende nis – elke bol van bordeaux en zilverschitter draagt zo’n lichtgroene klepel waarin een hyacint verborgen zit, alles kan anders, niets is af. Wat kan ik doen? Ik heb alleen de taal.

Een paar straten verderop stroomt de Jeker, over nog geen vijf Nederlandse kilometers. Er is een vistrap gebouwd ín de rivier. De rivier is nu een trap. Over de trap komen vissen van heinde en ver door Maastricht. Het gaat om de driedoornige stekelbaars, de riviergondel, de blankvoorn en de karper. Men hoopt dat er meer soorten volgen: de alver en kopvoorn, de serpeling, het bermpje, de barbeel. Misschien ook sneep, baars, rietvoorn en winde.

Toen ik weg moest uit mijn huis, geen huis had, geen eigen kussen om op te slapen, en de kinderen bleven in het huis en iedereen ging door met z’n leven en noemde het huis gewoon thuis alsof er niets was veranderd, toen had ik de taal. ’s Nachts staarde ik recht voor me uit. Ik noemde het huis ‘de Jekerstraat’. Het woord ‘thuis’ gebruikte ik nooit meer.

1 reactie

  1. Nog mooier heb jij het in mijn ogen beschreven dan een schrijver vóór jou. Hij is het met je eens. “En al is ‘thuis’ een naam, een woord, het is een sterk woord; sterker dan een tovenaar ooit uitsprak of een geest ooit op reageerde, in de sterkste bezwering.” van Charles Dickens. Nóg een bondgenoot door de eeuwen heen!

Geef een reactie