Kist

Aalderd wil naar boven om te leren. De tantes lachen, ja, op een bepaalde manier, het heeft iets gemeens. ‘Kolere,’ zegt ome Leo, ‘D‘r is feest. Moet-ie dan ook al in de studieboeken?!’ Aald strekt zich uit. Hij vult de hele deuropening en grijpt zich vast bovenaan de deurpost, waar hij makkelijk bij kan. Hij kijkt het kringetje rond. ‘Misschien zijn jullie wel allemaal dood en verzinnen jullie dit alleen maar,’ zegt hij. Oma gilt: ‘Hou op, hou op! Hij heb het uit z‘n Latijnse boeken. Hou op, Aalderd, je maakt dat kind nog bang.’ Dat kind ben ik. Aald zegt, tegen mij: ‘Het is een idee. Dat ik in m‘n kist lig en dit is mijn fantasie. Dit allemaal. Dat je nooit weet of het leven echt gebeurt.’ Ik knik. Ik zit op m‘n handen, mijn vingers geplet tussen riet en maillot. Alles prikt. Oma schopt Aald tegen z‘n scheenbeen. Iemand pakt me bij m‘n kin, het is tante Stien, ze waarschuwt me: ‘Die jongen is niet goed snik!’ Ze knijpt extra hard. ‘Hij moet het lezen voor school,’ zeg ik.

Als ik weer kan opkijken is de deuropening leeg. Aald is naar zijn kamertje op zolder. Hij heeft daar de lattenmuur behangen met zilverpapier. Misschien droomde hij dat hij in een spiegelende kist lag.

1 reactie

  1. Omdat ik altijd de korte verhalen van AL Snijders via de mail krijg , zag ik dat jij de 1e prijs had gewonnen.
    Gefeliciteerd!! Ik had nooit van je gehoord, maar heb nu alles wat ik op deze site zag gelezen.
    Heerlijk! wat heb jij een fijne schrijfstijl.
    een terechte winnares!

Geef een reactie