Gevonden

Wie dood is, moet soms gevonden worden. Je vrienden vinden je op je kamer. Of een hond vindt je in het bos. Ik zag een speurhond spoorzoeken. Hij duwde zijn neus in het grind, scharrelde langs de struiken. Het was in een park. Het regende. De hond liep aan een lange lijn. Hij kwispelde en de regen spatte rond zijn vacht. Mooier dan in een film. Het baasje droeg een regenpak met brede reflecterende strepen. Geen logo’s, geen bedrijfsnaam. Verderop zat een levende man in een boom verstopt, hij droeg een overall, flets en nat als de bladeren. Een andere man lag onder een bankje, duidelijk in zicht. Hij had een rode slaapzak omgeslagen. Deze man leefde ook, hij keek me aan. De hond snuffelt door het grind naar het bankje en vindt de man. De man wringt zijn armen uit de slaapzak, hij omhelst de hond. Ze stoeien. De man lacht, de hond blaft. De hond mag van de lijn.

“Wow,” zeg ik tegen het baasje. Hij veegt de regen van zijn gezicht. Hij zegt: “Ja, deze is nog in Panama geweest. Een paar keer zelfs.” Ik vraag hem waarom het slachtoffer nu zo makkelijk te vinden is. Is het oefening? Nee, het is conditionering. De hond zoekt voor z’n plezier. Als je alleen maar stoffelijke resten ontdekt, is er al snel niets meer aan.

Geef een reactie