Eronder

De fietsenmaker zegt dat het sowieso een grafweek is. Hij slaat z’n twee vuisten op de toonbank en laat het hoofd hangen. Zo heb ik hem nog nooit gezien. Verslagen. Z’n handen zijn smerig. Nagelriemen en knokkels zwart geëtst door eerlijk werk. Vierkante handen ook, van een vechtersbaas. Ik vraag hem of hij veel heeft gevochten toen hij jong was. Hij veert op. Ja, hij had een lui oog en deelde rake klappen uit. Hij glimlacht. Later vocht hij ook nog, in de kroeg. Dat kon niet anders, zegt hij en hij straalt. Dit verzin ik niet, dit is net gebeurd. “Het is erop of eronder,” verzeker ik de fietsenmaker. Hij denkt waarschijnlijk: tuthola.

Geef een reactie