Dubbellaags

Mijn fiets laat ik bij het station staan, er is plek in de dubbellaags fietsenrekken op de kade. Mooi zwaar mechaniek, gloedjenieuw, maar te ouderwets uitgevonden. Tussen de rekken kan het ook 1940 zijn, of 1920. Een tijd die binnenkort niemand zich meer kan herinneren.

Uit de machinekamer. Over het water, uitwaaien- en dan nog een stukje lopen. Maar de kerstmarkt is honderd straten verder dan ik dacht. Onderweg ruikt het naar vis, naar aceton, kaasfondue, iets auto-achtigs, en eeuwige hondenpoep. Dit blijft een moeilijk gedeelte van de stad. Je kunt erover mopperen of niet, je verzetten, alles glossy fotograferen, het maakt niet uit. De huizen zakken weg.

Op de parkeerplaats van een platte super vraag ik een vrouw of ze weet waar de kerstmarkt is. Ze heeft kleine oogjes. Ik zie niet of ze me aankijkt. Haar karretje is volgestapeld met dozen en zakken, jerrycans melk. Er bovenop een toren smakeloos-strak-verpakt vlees. De vrouw weet van geen kerstmarkt. Ze zegt: “We hoorden al dat Basho je op pad had gestuurd. Maar waar is je staf?” Ik scheer me weg, niet bij machte om met heel mijn lichaam te verschijnen in de tien delen van de wereld.

Geef een reactie