Dominique

De nieuwe schrijver heeft een gehavende stem. Hij spreekt alsof spreken hem moeite kost en tegelijk intens pleziert. Ik vermoed dat dat zijn hele leven al zo is, maar misschien is het alleen vanmiddag zo. Buiten praten de schrijver en ik over de titels bij zijn stukjes. Hadden die wel of niet, of beter cijfers, wiens advies telt? Hij staat vierkant voor me. Wijdbeens. Misschien is dat typisch voor hem, net als zijn stem, ik ken hem nog niet, hij mij nog niet. We volgen elkaar wel op twitter. Hij ziet het, hij zegt plotseling: “O- dan ben jij…” Hij pauzeert en vindt een verkeerde voornaam, laten we zeggen Dominique,  “… Dominique Drieboog!”

Goed, heel goed. Ik ken namelijk een Dominique. Dat zeg ik de nieuwe schrijver. We lachen, hij verontschuldigt zich. Geroutineerd en welgemeend. Wat ik achterhoud, is een raar verhaal.

D. kwam rond haar achttiende naar de grote stad. Ze volgde hier een intensieve groepstherapie, elke dag, tegen alles waar een jonge vrouw bang voor kan zijn. Ze had met de bus tussen haar ouderlijk dorp en het ziekenhuis op en neer kunnen reizen. Wat ze deed: een appartement betrekken midden in de chaos. Een hoekhuis op de Overtoom. Eerste etage. Ik ging op bezoek. Ze had een kat én een konijn, ze rookte, ze dronk, zette muizenvallen, draaide muziek, ze dreef dapper op woeste baren. Gelukkig was haar voordeur helemaal aan de straat, geen portiek. Ze liet me zien hoe ze via een spionnetje aan de erker haar voordeur in de gaten kon houden. Ze zou nooit per ongeluk voor een vreemde opendoen. Ik stond in haar erkertje, precies op de hoek van het huis, met uitzicht over het hele kruispunt. Verkeer van alle kanten. Ik kende het kruispunt wel, maar alleen op straatniveau. Vanaf hier zag ik de chaos. De risico’s.

Een paar weken later ontspoorde er ’s nachts een tram op de Overtoom en reed linea recta het hoekhuis in. Begane grond was onbewoond, de tram brak door een lege etalage en schoof ongehinderd verder. Er raakte niemand gewond. Boven lag Dominique te slapen. Ze kwam met hulp van de brandweer de ravage uit, een hotel in, het pand werd gerenoveerd. Ik stel me voor: de slaap van een angstige, jonge vrouw – één of ander benauwend medicijn, gesloten ramen. Ze heeft zich ’s avonds ingeprent het leven ooit recht in het gezicht te kijken en vannacht niet in paniek te raken van een dichtklappende muizenval.

Geef een reactie